elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: persoon 

persoon  , persoeën , persoon.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
persoon , pesoon , zelfstandig naamwoord, mannelijk , pesoonn , pesuentjen , 1 persoon, 2 soort mens
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
persoon , persoôn , zelfstandig naamwoord de/’t , Persoon. Zegswijze van persoon, van postuur (ook wel van een dier gezegd). ’t Is ’n mooi koetje maar ’n beetje minnig van persoôn. – Deus persoon, letterlijk deze persoon, echter ook vaak gebruikt i.p.v. ik of mij bv. deus persoôn trapt er niet in as je deus persoôn beduvele wulle, moet je vroeger opstaan. Vgl. Nederlands deze jongen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
persoon , persoon , de, het , personen , persoon Blief dat persoon mar liever oet de weg (Pdh), De börgemeister kwam in eigen persoon feliciteren (Ruw), Wat veur persoon is die neie schooulmeester eigelk? (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
persoon , persôn , persoon.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
persoon , persoean , (mannelijk) , persoeane , persuuenke , persoon, man, individu
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
persoon , persoeën , persoeëne , persuuenke , persoon
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut