elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pakjesdrager

pakjesdrager , pekskesdraeger , pakjesdrager
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
pakjesdrager , päkkiesdraeger , bagagedrager op een fiets.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
pakjesdrager , päkkiesdraeger , bagagedrager.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
pakjesdrager , pakkiesdrager , pakkiedrager , de , pakkiesdragers , Ook pakkiedrager (Kop van Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents veengebied) = bagagedrager van een fiets De jong zat bij het wicht op de pakkiesdrager (Sle), z. ook bagagedrager
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pakjesdrager , pakkiesdreger , pakkiendreger, pakkedreger, pakkiesdraeger , zelfstandig naamwoord , de; bagagedrager, ook wel: soortgelijk raamwerk vóór op de fiets
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
pakjesdrager , pakjesdrager , pakkedrager, päksiesdrager , bagagedrager.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut