elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: muizen 

muizen , muizen , in: ’t is muizen = ’t mis, ’t loopt tegen, ’t ziet er niet best uit. Synoniem met: ’t is huilen. – Wellicht ontleend aan het scheepswoord: muizen = de kabelaring beslaan. (muizen = moezen; muzen)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
muizen , moezen , (Swaagman); zie: grijmen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
muizen , muizen , (zwak werkwoord) , Zie de wdbb. – Soms ook voor het eten op het bord door elkanderprakken”.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
muizen , muizen , Aardappels op het bord fijn maken.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
muizen  , moeze , werkwoord , muizen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
muizen , muize , werkwoord , Zie muizele. Vgl. Fries mûzje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
muizen , moezen , zwak werkwoord, onovergankelijk , muizen vangen *As de katten moest, mauwt ze niet (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
muizen , muizen , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = mislukt Ik dacht een goeie slag te slaon op de verkoping, mar het was muizen, heur (Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
muizen , môêzen , met lange tanden eten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
muizen , moezn , muuzn , muizen vangen. ’n Mooie katte, mâr muuzn, ho mâr.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
muizen , muizn , knoeien met eten. Och kiend wat gaoj d’r toch muizn met die eerpels.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
muizen , muuzn , mest in de voor leggen. Bie ’t spittn mos ik altied muuzn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
muizen , mûize , muizen vangen , Die kat van óns die kan toch mûize, sénds we die hébbe zén'ze geliik ópgerûmd. De poes van ons die kan toch muizen vangen, sinds we die hebben zijn ze allemaal verdwenen.
De kat mûist 't bèst, és ze jóng hi. De kat muist het beste, als ze jongen heeft. Een moeder met kinderen is erg zorgzaam.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
muizen , ûtgemûisd , onverwachts vertrokken , Héij is'ser giesterenaovend stiekem tussen ûtgemûisd, we wôrre'nem inins kwiit. Hij is er gisteravond onverwachts vertrokken, we waren hem ineens kwijt.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
muizen , moezen , werkwoord , op muizen jagen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
muizen , muizen , werkwoord , tegenvallen, misgaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
muizen , moist , uitdrukking , [Zbl] Hij moist t’m d’r onderoit Hij drukt zijn snor
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
muizen , muizen , 1. langdurig bezig zijn met eten op het bord, voordat je het in je mond stopt; 2. knoeien, morsen; 3. soppen, het eten zachter laten worden door het in een vloeistof (water, jus, melk) te houden; 4. smikkelen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
muizen , moeze , moestj, moesdje, gemoesdj , napluizen, snuffelen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
muizen , [smullen] , mouze , moustj, mousdje, gemousdj , lekker smullen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
muizen , mèùze , zwak werkwoord , muizen; WBD (III.2.1:506) mèùze = muizen, ook jaoge genoemd
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut