elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: muilen 

muilen  , moele , veel praten.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
muilen , moele , een grote mond opzetten, tekeer gaan, bekvechten.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
muilen , moelen , wordt gezegd van koeien die met opgetrokken lippen voorovergebogen tegen het grondholt drukken als een teken dat er slecht weer op komst is.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
muilen , moelen , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents veengebied) = pruilen Hij lop ok weer te moelen (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
muilen , moelle , bekvechten
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
muilen , mulen , (aanstellerig) huilen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
muilen , moele , werkwoord , bekvechten (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
muilen , [praten] , moele , moeltj, moeldje, gemoeldj , praten, babbelen , Dae moeltj dich gater inne zök: hij blijft maar praten. Noe höbbe ze weer hieël get te moele.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut