elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: moren 

moren , mōren , Roeren, peuteren. Schei toch uut met dat mōren in de sloot, in de tanden. Afl. gemoor. Vgl. mǒggelen. [Aanvulling van Beets]
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
moren , môren , Roeren, peuteren. Schei tòch ǖt met dat mooren in de sloot, in de tanden. Afl. gemoor. Verg. moggelen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
moren  , meure , roeren in bezinksel of modder.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
moren , moren , wroeten. wa bende toch aon’t moren, wat ben je toch (in de tuin) aan het werken. zie ook vruuten.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
moren , moore , hard werken
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
moren , moore , werkwoord , de grond omwoelen (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
moren , maore , maortj, maordje, gemaordj , uitsloven, ploeteren, wroeten , Hae hèltj zich mer aan ’t maore inne gaard.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
moren , more , iets opzoeken in het donker
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut