elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: moordenaar 

moordenaar  , maordenaer , moordenaar.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
moordenaar , moordenaar , moordenaor , de , moordenaars , Ook moordenaor (Noord-Drenthe) = moordenaar Het hef nog wel even duurd, maor de politie hef de moordenaor toch te pakken kregen (Vri)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
moordenaar , moordenaar , moordenaar
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
moordenaar , moordener , zelfstandig naamwoord , de; moordenaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
moordenaar , moeardenieër , (mannelijk) , moordenaar
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
moordenaar , moordenèèr , zelfstandig naamwoord , moordenaar; Kees en Bart (ca. 1925; in Tilburgsche Post) – 'moordenaer'; ANTW. MOORDENÈÈR zelfstandig naamwoord m. – moordenaar
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut