elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: moedwillig 

moedwillig , moedwillig , ondeugend.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
moedwillig , moudwillîg , mitwillîg , brooddronken; moudwillighaid, mitwillighaid = brooddronkenheid.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
moedwillig , moudwillens* , hierbij ook moudwillig of mitwillig, in de beperkte beteekenis van brooddronken, die ook ’t Nederlandsch en ’t Hoogduitsch hebben.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
moedwillig , [opzettelijk] , moedwillĕns , moedwillig.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
moedwillig  , moodwillig , brooddronken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
moedwillig , matwillig , moudwillig , moedwillig. Ook: willemouds.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
moedwillig , metwilleg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , baldadig, uitgelaten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
moedwillig , wilmoeds , willemoeds , bijwoord , (Zuidoost-Drenthe, dva). Ook willemoeds (N:Zuidwest-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Var. tweede element als bij moed = willens en wetens, opzettelijk Hij maakt dat wilmoeds kepot (Klv), Hij hef het wilmouds verneild (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
moedwillig , moodwillig , moedwillig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut