elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: minuut 

minuut , minuut , minuit , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Daarnaast soms nog minuit. Zie de wdbb. || ’t Is tien minuiten voor twenen (tweeën). Voorts liepense voor-by Cabo de Corentas op 24 graden 21 minuiten, Reys na de Oost-Ind. 6 v°. – Minuiten wordt ook elders in N.-Holl. nog gezegd; het komt ook voor bij de 17de-eeuwse Amsterdammers, vgl. b.v. HOOFT, Ned. Hist. 836 (neeghenveertigh minuyten, elf minuyten).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
minuut  , menüt , minuut.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
minuut , menütte , vrouwelijk , menütten , minuut
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
minuut , menuit , zelfstandig naamwoord de , Verouderde vorm van minuut.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
minuut , menutj , minuut.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
minuut , minute , minuut.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
minuut , minuut , menuut , de , minuten , Ook menuut = minuut Het doert nog wal een minuut of dreie (Nsch), Mit een menuut bin ik der, heur (Hgv), Ze waren der op de minuut of precies op tijd (Wap), Hij komp nooit een menuut te late (Wei), Doe mor kalm an en haost je moe niet, ik kiek niet op een menuut (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
minuut , menuut , zelfstandig naamwoord , de; minuut
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
minuut , menuut , (zelfstandig naamwoord) , minuut.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
minuut , menuujt , menuutje , minuut, ogenblikje
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
minuut , menuut , (vrouwelijk) , menute , menuutje , minuut , Bènne ein menuut bèn ich dao!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
minuut , menuut , menuutje , zelfstandig naamwoord , minuut; Cees Robben - dè veraandert meej de menuut; DANB hij kómt nôot en menuut te laot
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut