elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: miezelen

miezelen , mîzelen , (zwak werkwoord) , fijn regenen.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
miezelen , mîzelen , (zwak werkwoord) , fijn regenen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
miezelen , miesêln , miggêln , (beide Stad-Groningsch) = motregenen. Kil. mieselen, misten = neerslaan van den nevel; Nedersaksisch miseln; Zuid-Nederlandsch miezelen, Engelsch to mizzle = stofregenen. – miggêln, ook Friesch, frequentatieve vorm van: miegen; zie aldaaren vgl. miezig.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
miezelen , mieseln* , zie miezig *; bij v. Dale (Zuidnederlandsch) miezelen (Engelsch to mizzle.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
miezelen , miezele , stofregen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
miezelen , miêzele , miézere , miezeren, motregenen; ’t miêzelt Het motregent.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
miezelen , mie~zele , mie~zelde – gemie~zeld , motregenen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut