elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: malieĀ 

malieĀ  , malie , metalen stift aan de schoenriem. Malie hebben aan wat, zich ergens niets van aantrekken.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
malie , maolie , zelfstandig naamwoord , verhard uiteinde van een veter (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut