elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: magazijn 

magazijn , maggezien , moagezien , magazijn. Van het Arabische machzen, de plaats, het gebouw waar men iets bewaart, Fransch magasin. (Prof. Dozij. Oosterlingen.) Zie ook: oa.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
magazijn  , maggezien , magazijn.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
magazijn , magezien , zelfstandig naamwoord , et; magazijn, pakhuis
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
magazijn , maggezên , magazijn
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
magazijn , maggezèèn , zelfstandig naamwoord , magazijn; ANTW. MAGGEZIJN zelfstandig naamwoord o. - magazijn
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
magazijn , mágezie~n , magazijn
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut