elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: look

look , look , uijen, vr. enkelv. o. collective.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
look , [twijghout] , look , (onzijdig) , twijghout ter vervaardiging van wanden die niet bestreken worden.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
look , look , (onzijdig) , uien, prei, enz.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
look , look , het snijlook, graslook of bieslook, Allium schoenoprasum; v. Hall Neerl. Plantensch. bl. 226.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
look , look , (mannelijk) , als voorwn., v. als stofn. Uien.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
look , look , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , vgl. daklook.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
look , look , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , De grendel of wervel van een deur. Thans weinig gebruikelijk. || Doen de look op de mulder (middeldeur, tussendeur). – Look is ook elders in N.-Holl. (b.v. te Bovenkarspel) bekend. – Het woord behoort bij Ned. luiken, sluiten; vgl. FRANCK op luik.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
look , look , (mannelijk) , als voorwn., v. als stofn. Uien.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
look , louk , uien.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
look , look , o , ui.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
look , look , zelfstandig naamwoord de , Houten deurwervel (verouderd). Het woord is een afleiding van luiken = sluiten. Vgl. Nederlands geloken = gesloten. Verkleinvorm lookie | Doen ’t lookie maar op de mulder.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
look , loëk , Ned. uien.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
look , look , ui.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
look , leukien , uitje (kleine ui)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
look , look , ui
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
look , leukien , (zelfstandig naamwoord) , klein uitje. Zie ook: look.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
look , look , (zelfstandig naamwoord) , leukien , ui.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
look , look , ui; bos look, sjalot.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
look , look , zelfstandig naamwoord , ui (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
look , lôok , zelfstandig naamwoord , look (plantengeslacht)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
look , louk , luikskes , ui (ook hötje louk)
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut