elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: long 

long , longe , (vrouwelijk) , longen , long.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
long  , lông , long.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
long , longe , vrouwelijk , longer (?) long
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
long , longe , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , longn , lungsken , long
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
long , long , zelfstandig naamwoord de , in de zegswijze op z’n long lègge, liggen slapen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
long , long , longe , de , longen , (Zuidoost-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook longe (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën) = long Oos buurvrouw hef maor eein long (Rol), Die man rookte over de longen inhaleerde (Schl), Hij hef ’t an de longen (Mep), ...met de longen aan de longen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
long , longe , long. Döör löt ie de longe nao angen ‘dat doet hij graag’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
long , longe , long.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
long , longe , zelfstandig naamwoord , de; long
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
long , longe , (zelfstandig naamwoord) , long.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
long , longen , longen , de longen hebben hangen (naor iets), (naar iets) verlangen (Apeldoorn).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
long , lóng , (vrouwelijk) , lónge , lungske , long , Uuever de lónge rouke. Zich de lónge oet ’t lief loupe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut