elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lijnzaad 

lijnzaad , lînzaod , (onzijdig) , lijnzaad.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
lijnzaad , lienzaod , lijnzaad.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
lijnzaad  , lienzaod , lijnzaad.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
lijnzaad , lienzoad , lijnzaad; hiervan werd lijnmeel gemaakt.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
lijnzaad , lienzaod , het , (Zuidwest-Drenthe) = lijnzaad *Lienzaod, ik zeeie oe in het zaand / Ie mut wossen een narm dikke / En een kerels lengte spreuk bij vlaszaaien (po)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lijnzaad , lienzaod , lijnzaad
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
lijnzaad , lienzaod , lijnzaad.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
lijnzaad , lienzaod , zelfstandig naamwoord , et; lijnzaad
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
lijnzaad , lijnzaed , zelfstandig naamwoord , lijnzaedje , lijnzaedjie , lijnzaad, vlaszaad ’n Zakkie lijnzaed woog zô’n 80 kilo Een zakje lijnzaad woog ongeveer 80 kilo
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
lijnzaad , lèìjnzood , lijnzaad
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
lijnzaad , lienzaod , (zelfstandig naamwoord) , lijnzaad.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
lijnzaad , léénzaod , zelfstandig naamwoord , vlaszaad (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
lijnzaad , lienzaod , (onzijdig) , lijnzaad
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
lijnzaad , lizzend , lèèzend, lèènzaod , zelfstandig naamwoord , lijnzaad; Cees Robben: hêel oew lèzzendmèèl èn kalmoes; lèènzaod; lijnzaad, vlaszaad; zie lèzzend
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut