elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: leunen 

leunen , leunên , leunen. Zie: en 6.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
leunen  , lööne , leunen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
leunen , liönnen , leunen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
leunen , lùnn , werkwoord, zwak , leunen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
leunen , lene , werkwoord , Variant van leunen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
leunen , leunen , zwak werkwoord, onovergankelijk , leunen Stao niet zo tegen mij an te leunen (Gas), Jaan mag geern leunen op de schup, mor hie zeg dat de schup aans wel is umvallen kan (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
leunen , leunen , leunen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
leunen , läöne , läöntj, läöndje, geläöndj , leunen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
leunen , leune , zwak werkwoord , leunen; lunde; leunde; verleden tijd resp. tegenwoordige tijd van 'leune', met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut