elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lente 

lente , lente , ’n Lange lente. Een lange slamier, lijs.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
lente  , linte , lente.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
lente , lente , de , lentes , lente, voorjaar (veurjaor en ook meitied zijn gebruikelijker, lente lijkt jonger), In de lente in het veurjaor is alles zo mooi gruun (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lente , lente , uitdrukking , Vande lente Deze lente Van de lente gaot ’t een stik makkeleker Deze lente gaat het een stuk gemakkelijker
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
lente , slentes , in de lente
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
lente , leint , leinte , lente; slientes, in de lente.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
lente , linte , lente
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut