elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: latijn 

Latijn , Letien , Latijn. Zoo ook: potjesletien, en: kremerletien, (zie aldaar)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
latijn  , letien , Latijn.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
Latijn , Latijn , Latien , het , Ook Latien = Latijn, (fig.) Hie was an het èende van zien Latijn kon niet meer (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Latijn , Latien , Latiens, Letien, Letiens , zelfstandig naamwoord , et; Latijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
Latijn , Letijns , (zelfstandig naamwoord) , het Latijn.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
Latijn , Latèèn , zelfstandig naamwoord , Latijn; Mandos - Brabantse Spreekwoorden (2003) -  Latèèn drinkt wèèn (Kn'34) - mensen met een gymnasiumopleiding drinken wijn
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut