elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kwellen

kwellen , kwellen , in: doar ken’k mie nijt mit kwellen = daar wil ik mij niet mee bemoeien, als het kleinigheden betreft.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kwellen , kwaele , kwellen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kwellen , kwellen , kwealde, ekwealt , kwellen. Der kwealt em wat.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kwellen , kweln , werkwoord, zwak , 2e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: kwealt, verleden deelwoord: ekweald , kwellen, martelen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kwellen , kwellen , zwak werkwoord, overgankelijk , kwellen Ik heb er niks met te maken, daor hoeft ze mij toch niet met te kwellen (Dwij), Dat kwelt hum dat doet hem pijn (Dwi), Die schoe die kwelt mij doet mij pijn (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kwellen , kwellen , werkwoord , 1. kwelling berokkenen 2. als kwellend probleem doen ervaren 3. kwellen van water in de grond
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kwellen , kwaele , kwaeltj, kwaeldje, gekwaeldj , kwellen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kwellen , kwaele , kwaelde – gekwaeld , ergeren
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut