elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klaverblad 

klaverblad  , kliëblaad , klaverblad.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
klaverblad , klaverblad , het , klaverblad As er nogal wat klaver(blad) tuschen het heui zat haj niet teveul stikstof gooid (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
klaverblad , [kachel met drie gaten] , klééverblad , kachel met 3 gaten, brandopeningen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
klaverblad , klaoverblad , zelfstandig naamwoord , et 1. blad van een klaverplant 2. kruispunt dat qua vorm doet denken aan een klaverblad
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
klaverblad , [blad van een klaver; iets met die vorm] , klaoverblad , (zelfstandig naamwoord) , klaverblad.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
klaverblad , klieëverblaad , klaverblad
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut