elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klatsen

klatsen , klatse , klaatse  , om de ooren slaan, ook in de handen klappen. met de zweep klappen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
klatsen , klatsen , (met een zweep) kletsen, knallen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
klatsen , [slaan] , klatse , klatstj, klatsdje, geklatstj , slaan, klappen , Dalik klats ich dich vuuer dien vot! Mètte duuer klatse.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
klatsen , [slaan ] , klaatse , klaatstj, klaatsdje, geklaatstj , 1. een klap geven die geluid maakt, slaan 2. flink drinken , Emes óm die oeare klaatse: iemand een draai om zijn oren geven. Klaats Cornelis, gaef ’m ein vaeg: zet ’m op. Klaats, dao laag d’r. : zet ’m op. Klaats, dao laag d’r.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut