elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klappei

klappei , klappei , babbelaarster, ook iemand die een geheim vertelt. Onder kinderen hoort men dit woord als zij elkander verklappen of hunne misdrijven enz. bekend maken
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
klappei , klappei , kwaadspreekster.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
klappei , klabäie , vrouwelijk , kletskous, babbelaarster
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
klappei , klabaaj , iemand die van iedereen iets weet te vertellen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
klappei , klappèìj , klabbèìj , rondverteller
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
klappei , klephej , (vrouwelijk) , klikspaan, zie ook klepmoel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
klappei , klappaaj , zelfstandig naamwoord , "klappei, vrouw die veel kletst, babbelt; iem. die kwaadspreekt; Daamen - Handschrift 1916:  ""klappij of klappaai - verklikster""; WNT KLAPPEI - 1) Min of meer smadelijke naam voor een klapachtige, babbelachtige, praatzieke vrouw; een babbelaarster"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut