elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kijkkast 

kijkkast  , kiekkas , panorama, met vergrootglas naar prentjes kijken. De kiekkas hebbe, star kijken, staren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kijkkast , [poppenkast, televisie] , kiekkaste , 1. poppenkast. 2. televisie.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kijkkast , kiekkaste , 1. poppenkast; 2. t.v.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kijkkast , kiekkast , de , 1. ouderwets fototoestel op drie poten Vrogger kwamen ze op de schole petretten maeken mit zo’n grote kiekkaaste (Die) 2. televisie Doe nou die kiekkaste mar ies een poosie dichte (Klv) 3. poppenkast (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Wij hebt vanmiddag kiekkast, ...poppekast (Sle) 4. woning met veel ramen (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied) As de meinsen zonder gerdienen veur de glazen zaten dan zaten ze in de kiekkaste (Hgv), Wij hebt een aordige kiekkast ze kunt oes an taofel zien zitten eten (Sle) 5. kijkdoos (Midden-Drenthe, Veenkoloniën, Zuidwest-Drenthe, zuid) De kinder hebt in schooul een kiekkast maokt (Bal) 6. woonwagen (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hier zegge wij tegen een woonwagen een kiekkaste (Ruw) 7. pronkkast met mooie spullen (Zuidoost-Drents zandgebied, Veenkoloniën) Een kiekkast is een mooie aolderwetse kast met glazen deuren met mooie koppies en glassies sukerpot met zulvern voet en aander mooi gerak (Oos) 8. etalage (Zuidwest-Drenthe, zuid) Vrogger neumden ze een etalage een kiekkast (Noo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kijkkast , kiekkaaste , zelfstandig naamwoord , de; 1. fototoestel, in het bijzonder een ouderwets, aan een kastje doen denkend type met glasplaat als negatief en op een statief staand 2. doos met uitgeknipte figuren erin en gekleurd doorschijnend papier erover, zodat men door het kijkgat een panorama en/of een bep. voorstelling kan zien; door kinderen gemaakt 3. huis met veel ramen 4. televisie 5. poppenkast, janklaassenspel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kijkkast , kiekkaste , (zelfstandig naamwoord) , kijkkast, televisie.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kijkkast , kiekkast , kiekkaste , 1. televisietoestel; 2. woonwagen; 3. fototoestel.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kijkkast , kerrekiekas , toverlantaarn (‘rare kiekkast’); poppenkast
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
kijkkast , kiekkaast , zelfstandig naamwoord , kijkkast; Mandos & Van de Pol, De Brabantse spreekwoorden: et is en lôoze kiekkaast (Kn'50) het stelt weinig voor, het is een lege kijkkast
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut