elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kiezen 

kiezen , kiezen , keezen , (sterk werkwoord) , kiezen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kiezen  , keeze , kees, kees, kees, koos, gekaoze , kiezen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kiezen , keizen , werkwoord , kuääs, ekuääzen , kiezen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kiezen , kiezn , werkwoord, sterk , 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: kis, 1e persoon enkelvoud verleden tijd: kues , kiezen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kiezen , kiezen , keus, eköazen , kiezen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kiezen , kiezen , keizen, kaizen, kezen , sterk werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook keizen (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied), kaizen (Veenkoloniën), kezen (Midden-Drenthe) = kiezen Wel zuw kiezen zeden de kinder en toen keuzen ze oeze jong (Pdh), Wij hadden niet veul meer te kiezen de keur was er al uut (Hgv), Nou moej kiezen ja of nee (Eri), Bi’j gistern ok hen kiezen west stemmen (Wee), zie ook keuren
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kiezen , kiézen , kiezen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kiezen , kîêzen , kiezen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kiezen , kiezn , ik kieze / keuze; iej kies / keuzn; hie kös / keus; wie kies / keuzn; ik heb ekeuzen , kiezen.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kiezen , kiezen , werkwoord , 1. uitzoeken, uitkiezen 2. door stemming aanwijzen 3. een keus maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kiezen , kíéze , kiezen (w.w.)
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kiezen , kiezen , (werkwoord) , kös, koos, eközen , kiezen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kiezen , kiejze , kiejst, koôs, gekózze , kiezen , Ik héb ervur gekózze nie te kiejze. Ik heb ervoor gekozen niet te kiezen., Zèij koôs vur ne witte trèùwjepón. Zij koos voor een witte trouwjapon.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
kiezen , keze , keestj, koeas, gekoeaze , kiezen , Ich kees mich sjroeap, hae keestj zich kieës, doe kees dich sjónk.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kiezen , kieze , sterk werkwoord , kiezen; B kieze - kôos - gekooze : ik kies, gij/hij kiest; kôos; koos; verleden tijd van kiezen
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
kiezen , kaeze , kaos – gekaoze , kiezen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut