elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kietelsteen 

kietelsteen  , kieddelstein , gladde steen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kietelsteen , kietelsteen , m , (komt van kiezelsteen?) gladde kiezelsteen (om te kietelen).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kietelsteen , kietelstiën , gladde stiën woa ge iemes mej óppe rug kunt kietele.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
kietelsteen , kietelstêên , zelfstandig naamwoord , kietelstêêne , kietelstêêntjie , gladde ronde steen uit grint De jonges zochte expres zukke stêêne uit om d’r de maoide mee te kietele
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kietelsteen , kietelsteen , zelfstandig naamwoord , kiezelsteen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut