elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kapitoor

kapitoor , kaffetulie , kappertulie, koffertulie, kapel, kopel , omslag van een lees- of schrijfboek. Zie kapel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
kapitoor , kapestorium , omslag om boeken. Uit het middeleeuwsch latijnsche coopertorium, ontstond het fransche couverture en dit heeft in onze taal aan verschillende bastaarden het aanzijn gegeven. Zoo geeft Kil. in dezelfde beteekenis het woord koffertorie; Bredero gebruikt kapitorye, Moortje bl. 62; Bilderdijk geeft in zijne verklarende Geslachtlijst kapitorie. Dit laatste is ook in N.-Holland in gebruik, zie de Taalgids, I, bl. 113. In Z.-Beveland maakt men er kappetorie van; zie N. Ned. Taalm. II, bl. 224 en in Dordrecht kapestorium.
Bron: Bisschop, W. (1862), ‘Het Dordsche taaleigen. Bijdrage tot de kennis der Hollandsche dialekten’, in: De Taalgids 4, 27-48.
kapitoor , kappetoris , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Daarnaast soms kappetorie. Het omslag van een boek, in het bijzonder van een schoolschrift. || Het kapetoris zit los. Wat ’en mooi kappetorie zit er om jouwes. – Het woord is ook in andere dialecten gebruikelijk en een verbastering van Mlat. coopertorium; zie Taalgids 4, 36 en Mnl. Wdb. III, 1672 (coeverture).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kapitoor , kaffeteur , omslag van een boek.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kapitoor , kappetunie , m , kappetuneke , kaft; (capere in unum = bijeenhouden) kaft van een schrift of boek.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kapitoor , kappetoris , zelfstandig naamwoord ’t , Omslag van een boek of schrift (verouderd). Uit Latijn coopertorium.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kapitoor , kappetunie , kaft van een boek. de kappetunie li aolling van de kàttechismus af, de kaft van het katechismusboekje is helemaal stuk.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kapitoor , kappetuunie , kaft , Un duur boek hi nen hiile schónne kappetuunie van lèèr én meej gaauwe lètters. Een duur boek heeft een heel mooie kaft van leer en met gouden letters.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kapitoor , kappetorie , zelfstandig naamwoord , kappetories , stijve boekomslag
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
kapitoor , kappetunie , kaft
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kapitoor , koffertorie , (< couvertoire) boekkaft.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
kapitoor , kappetuunie , zelfstandig naamwoord , boekomslag, kaft (Den Bosch en Meierij; Eindhoven en Kempenland; Helmond en Peelland; Land van Cuijk; West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
kapitoor , kaffetuul , zelfstandig naamwoord , kaft, omslag van een boek. Zie lemma WNT koffertorie onzijdig) Uit ofra. covertoir. Verg. KAPITORIE, KAFFETORIE, KAFT, enz. Daarnaast koffetuur (mnl. coffiture enz.), overgenomen uit ofra. coverture. H. van Rijen (1988): doe meepesaant es en kaffetuuleke om dè buukske - ... een kaftje; Schu KAFETUUR te Roermonde voor 'omslag eens boeks' , gewis van 't fr. 'couverture'; te Loven: 'couvert'; in Brab. vroeger 'spaarsel'; WNT KAFFETORIE - het perkamenten, lederen overtreksel v.e. boekband; bij uitbr.: boekband, omslag v.e. boek
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut