elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kade 

kade , kaai , Kade.
Bron: J.A.V.H. (18e eeuw), Haagsch Nederduitsch woorden-boekje. Den Haag: Johannes Mensert. Uitgegeven in: Kloeke, G.G. (1938), ‘Haagsche Volkstaal uit de Achttiende eeuw’, in: Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde 57, 15-56.
kade , ka , kade , (vrouwelijk) , [weinig gebruikelijk] kade.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
kade , [voor de gek houden] , kaaie , ieemand op de kaaie hebben, [weinig gebruikelijk] voor den gek houden.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
kade , ka , kade , (vrouwelijk) , kade.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kade , kaaie , ieemand op de kaaie hebben, voor den gek houden.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kade , kaai , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Smalle dijk langs laagliggend land; zie de wdbb. – Ook de van aarde en mest opgeworpen verhoging op de wal van een stuk land, waarachter de uit de sloot opgebaggerde specie wordt geworpen, die men later over het land wil brengen. Laat men de bagger de winter over liggen, dan spreekt men van schotwal; zie aldaar. – Vgl. kaaien en kaaidijk.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kade  , kei , kaai.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kade , ka , kaai, kade, kaode , de , ka’s , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook kaai (Zuidwest-Drenthe, zuid), kade (Midden-Drenthe), kaode (Veenkoloniën) = kade Aan de ka leggen (een schip) aan de kade vastleggen (Nam), Ze sprungen van het schip op de ka kaai (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kade , kaaitjie , ’n kaaitjie pikke, aan de Merwekaai gaan zitten; langs de Merwekaai wandelen
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut