elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gevogelte 

gevogelte  , geveugelte , gevogelte.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gevogelte , gevoggelt , zelfstandig naamwoord , gevogelte; A.P. de Bont – zelfstandig naamwoord o. –Gevogelt -gevogelte; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  GEVOGELT zelfstandig naamwoord o. -gevogelte
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut