elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geval 

geval , geval , (onzijdig) , toeval.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
geval , geval , in: om miensgeval = wat mij betreft, mijnenthalve. Ook Oostfriesch Vgl. alsgeval.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
geval , alsgeval , in allen gevalle; in alsgeval, - alstgeval, - algeval koom ik van de week.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
geval , geval* , hierbij ook in àlgeval, in àlsgeval of in àlstgeval = in allen gevalle, in elk geval; (Nederlandsch soms ook: in alle gevalle.)
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
geval , alsgeval* , zie ook: geval .
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
geval  , geval , Waat wil het geval, wat gebeurt er.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
geval , aalsgeval , in elk geval
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
geval , geval , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze bai geval 1. Toevallig, soms. | As je ’m bai geval spreke, doen ’m den de groete van m’n. 2. Voor het geval dat. | Bai geval we niet thuis benne, gaan je maar nei de bure. 3. Tengevolge daarvan, daardoor. | We hadde pech, bai geval kwamme we te laat. – ’t Geval loit, het (ongeluk) is nu eenmaal gebeurd, er is niets meer aan te doen. | Nou ja, ’t geval loit, leite we nou maar uitskaaie mit peêuwen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
geval , alsgeval , aalsgeval , (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook aalsgeval (Zuidoost-Drents zandgebied, Veenkoloniën), in in alsgeval in elk geval In alsgeval gao ik hen hoes (bb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geval , geval , het , gevallen , 1. geval Ie moet elk geval op zichzölf bekieken, ... van geval tot geval bekijken (Hijk), In geval van nood (Klv), Dat is een geval op zichzolf (Hol), In geval der wat gebeurt... (Pdh), Het geval ligt er ien keer het feit is er nu eenmaal (Sle), En wat wil het geval? (Row), Ik wil in elk geval veur duuster over weden (Gas) 2. kwestie Dat is een raor gevallegie dat is geen zuivere koffie (Row), Zo’n klein gevallegien, het is de muite niet wèerd (Oos), Zo’n gevallegien mit de pelietsie hew al eerder bij de haand had (Zdw), Det gevallegien kan nog wel ies grote gevolgen hebben (Dwij) 4. niet nauwkeurig aangeduid voorwerp of persoon Dat wicht, dat was een wies gevallegien (Sle), Dat huus, dat is een old gevallegien (Wsv), Gooi ’t olde geval maar achter de schure (Ruw), Wat het dat wichie ain mooi gevallegie aan (Vtm), Hij har het kruus uut de broek en het hiele geval hönk der uut (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geval , geval , geval
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
geval , gevallegien , zelfstandig naamwoord , et 1. gevalletje 2. kwestie, lastig voorval
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut