elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gespelen

gespelen , gîspelen , Hard loopen, beenen maken. Òf de jonges gîspelen konnen, tu ze den grönen (buitendiender) zaggen ankommen. Verg. bòsselen.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
gespelen , gîspelen , Hard loopen, beenen maken. Of de jonges gîspelen konnen, tu ze den grönen (buitendiender) zaggen ankommen. Verg. bòsselen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
gespelen , gespele , bidden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gespelen , gäspelen , gäspelde, egäspelt , gespen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
gespelen , beer gaespele , beerdreenke.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
gespelen , giespelen , vlug lopen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
gespelen , giespelen , giespelen, egiespeld , hardlopen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
gespelen , giespeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = rennen, flitsen ...de moezen giespelt over de zolder (Pes)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gespelen , giespelen , heel hard lopen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gespelen , giespeln , hardlopen, draven. Ik zal de peerde aover ’t dârp laotn giespeln.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
gespelen , gespe , werkwoord , gesp, gespte, gegespt , [O] hard lopen, op hol slaan Net toeme verbij de meule gonge begon die knol zôô te gespe datter gêên houwen an was Juist toen we voorbij de molen gingen sloeg die boerenknol zo erg op hol dat er geen houden aan was
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
gespelen , giespelen , (werkwoord) , giespelen, egiespeld , vlug, gehaast lopen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
gespelen , [ervandoor gaan] , gepse , er vandoor gaan, weglopen; de uitdrukking werd gebruikt als iemand in penibele situaties wegliep, dus in angstsituaties en bij onverwachte confrontati , hij wier bang en gieng um gepse = hij werd bang en ging er vandoor-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
gespelen , gepse , werkwoord , er vandoor gaan (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
gespelen , gepse! , lopen!; hollen! (bij ’t voetballen); maak dat je wegkomt!
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut