elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geraamte 

geraamte  , geraemte , geraamte.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
geraamte , geramte , geraamte.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
geraamte , geraamte , geraemte, geraomte , geraamtes, geraamten , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook geraemte (Zuidwest-Drenthe, noord), geraomte (Noord-Drenthe) = geraamte Hij hef arg leen an die ziekte: het is non net een levend geraamte (Pdh), ...een lopend geraomte (Eex), Der uutzien as een geraemte (Dwi), Het geraamte van de schuur stiet er al raamwerk (Man), Ik wol een naie kist maoken, maor kun het geraomte neit best in mekaor kriegen (Pei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geraamte , geràmte , geraamte.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
geraamte , geraemte , geraamte.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
geraamte , geraemte , zelfstandig naamwoord , et; geraamte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geraamte , geramte , gerômte , geraamte
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
geraamte , geraomt , gerèmt, geròmt , zelfstandig naamwoord , geraamte, skelet; Cees Robben - ...’t Geraomt uit de Schèè..èèf... (19561201) [Prent over het in aanbouw zijnde politiebureau in de Lange Schijfstraat (tegenwoordig Noordhoekring; het bureau is ondertussen alweerafgebroken); - Zon dartig pond ze’k naa kwèt en as dè zoo nog innen tèd durgao dan ze’k over in paor maonden net in gerèmt. (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - òp zen gerèmt gòn zitte (Kn'50) - gaan rentenieren, en dan moeten rondkomen met bescheiden middelen. Cees Robben – ...maoger geremt.. (19670811); Cees Robben - et geròmt öt de Schèèf; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - òp zen gerèmt gòn zitte (Kn'50) - gaan rentenieren en dan rond moeten komen met bescheiden middelen, (gerèmt = mager persoon.); Frans Verbunt – gewèld maoken as en neukend geròmte in de dakgeut; WBD III.1.l:27 'geraamte' = geraamte; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch - 1899 -  GEREMT zelfstandig naamwoord o. - geraamte
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut