elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: geleden 

geleden , eléden , bemind (van lijden: ik mag dien jongen wel lijden.) Men zegt: hi is daôr nich erg eleden! maar dan spreekt men de e als é uit, niet als è in lang elèden.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
geleden  , geleje , geleden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
geleden , eliien , [әlīeñ] , geleden. Långe eliien: lang geleden.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
geleden , geleeje , verleden tijd Dè’s al lang geleeje Dat is al lang verleden tijd.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
geleden , leden , bijwoord , Geleden, voorbij. | ’t Is al ’n toid leden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
geleden , geli-je , geleden, vurbeej; deen is good geli-je, di mótte ze wál.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
geleden , elene , geleden.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
geleden , leen , leden, elene, eleen , bijwoord , (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook leden (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe), elene (Zuidwest-Drenthe), eleden (Zuidwest-Drenthe, zuid), eleen (Zuidwest-Drenthe, zuid) = geleden het is al even leden dat ik je dat verteld heb (Gas), Het is allange elene a’k oe ezene heb (Eli), Wij zult maor rèken dat het leed nou eleden is dat de problemen nu voorbij zijn (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
geleden , geleeje , geleden , T’is nie zó lang geleeje dés'se hier wôrre, die komme korts nog wél'les néffe. Het is niet zo lang geleden dat ze hier waren, ze komen eerdaags nog wel eens langs.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
geleden , leden , bijwoord , geleden: nl. een bep. tijd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
geleden , elejen , voltooid deelwoord van liejen, in de verouderde betekenis ‘voorbijgaan’. Dät is al lange elejen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
geleden , geleeje , geleden, voorbij , ’t Hi veul geleeje. Het heeft veel geleden. Het is bijna voorbij.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
geleden , geleje , geleden, voorbij , Is det al ei jaor geleje?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
geleden , geleeje , bijwoord , van lije; Van Dale: in de verouderde betekenis van voorbijgaan; Cees Robben - drie uur geleeje; dès laank geleeje; taageteg jaor geleeje; Cees Robben - Dès lang geleeje dèkkoe gezien hèb; Pierre van Beek – pas geleeje - kort geleden (contaminatie); A.A. Weijnen, Dialectatlas van Noord-Brabant; Antwerpen 1952 – ;  et is en 'uw' geleeje dèk oe gezien hèb,
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut