elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kruid 

kruid , krûd , krûderije , (vrouwelijk) , kruid, kruiderij.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
kruid , krü̂d , krü̂derije , (onzijdig) , kruid, kruiderij.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kruid , kruden , kruiden, in de beteekenis van: medicijnen, dus zooveel als: geneeskrachtige kruiden.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kruid , kruid , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , vgl. meesterskruiden.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kruid  , gekrüje , kruiden, specerijen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
kruid , krüd , kruid
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kruid , kroed , zelfstandig naamwoord, onzijdig , kruun , kruiderij.
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kruid , kruud , o , kruid.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
kruid , kruie , zelfstandig naamwoord meervoud , Kruiden, geneesmiddelen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kruid , kroed , kruud , het , (Zuidoost-Drenthe). Ook kruud (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = 1. kruid, ook onkruid (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Aj de gaorn nog ’n keer egt, is het kroed wal kepot (Pdh), Wij hebt aal jaor een koppel kruden in de toen (Eex), Veur die ziekte is gien kruud ewossen (Die), zie ook roet 2. groente (Zuidoost-Drents veengebied) Wie hebt van het jaor veul kroed (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kruid , kruud , kruid
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kruid , kruud , kruujn , kruid. Beernbörger kruujn bint goed veur de maege.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kruid , krûid , kruid , Zóóne zwèèr is 'n hil krûis én d'r is gin krûid teege gewaase zód'de zègge. Zo'n zweer is een hele ellende en er is geen kruid tegen gewassen zou je zeggen.
Meervoud krûije. Dónderbaord, géijtebaord, duuzendblad, duuvelskrûid zén ammel aauw krûije. Huislook, moerasspirea, duizendblad en doornappel zijn van ouds allemaal kruiden.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
kruid , kruud , zelfstandig naamwoord , et 1. kruid: bep. gewas, in het bijzonder: geneeskrachtig kruid; Smildiger kruud knopkruid 2. specerij
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kruid , kruud , (zelfstandig naamwoord) , kruid, tuinkruid.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kruid , kroed , (onzijdig) , kruudje , 1. kruid 2. onkruid , Dao is gei kroed tieënge gewasse. Kruudje-reur-mich neet.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
kruid , krèùd , zelfstandig naamwoord , kruije , kruid, 'toekruid'; bôonekrèùd - bonenkruid Dialectenquête 1876 - kruid (ui = eu van fr. Meuse); WBD III.4.3:250 sint-jaakòbskrèud - kruiskruid (Senecio); 251 hoefkrèùd - klein hoefblad (Tussilago farfara); WBD III.4.3:?? boerewörmkrèùd, wörmkrèùd - boerenwordkruid (Tanacetum vulgare); WBD III.4.3:366 sint-janskrèùd - hemelsleutel (Sedum telephium) WBD III.4.3:409 pèèlkrèùd - pijlkruid (Sagittaria sagittifolia), ook genoemd: zwòlmstèrt; WBD III. 2.3:128 'kruid', 'toekruid' = specerij; Dirk Boutkan (1996) - (blz. 54) krèùd - kruije
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
kruid , kruje , kruiden
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut