elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gedienstig 

gedienstig  , gedeenstig , gedienstig.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gedienstig , gedienstig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , Var. als bij dienst = gedienstig, hulpvaardig Gao doe is even overende en wees ook is even gedainstig (Vtm), Die wil ok even gedienstig wezen en dan brek heur alles kepot (Klv), Zij was zo gedeinstig, dat ze der noe mit zit ze is zwanger, omdat ze zo ‘bereidwillig’ was (Bco), Aj al te gedienstig binnen, dan bi’j op de duur niet veule meer in de rèken (Mep), Dei man is zo gedainstig as een schoubössel (Eco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gedienstig , gedîênstig , (Gunninks woordenlijst van 1908) gedienstig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gedienstig , gedeenstig , gedeenstiger, gedeenstigst , gedienstig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut