elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gebruisĀ 

gebruisĀ  , gebroes , gedruis, gebruis.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gebruis , gebroes , zelfstandig naamwoord , et 1. gebruis 2. wilde, slingerende, vermoeiende wijze (van rijden, werken)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut