elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: gebed 

gebed , gebed , (onzijdig) , gebèjen , gebed.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
gebed , gebed , Tö̀nnes hö̀lt van ’n kò(r)t gebed en ’n lange metwro(r)st, d.i. hij houdt van een goed leventje.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
gebed , gebed , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Zie de wdbb. – Ook als naam van een stuk land te Zaandijk. || Het Gebed.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
gebed , gebed , Tö̀nnes hö̀lt van ’n kò(r)t gebed en ’n lange metwò(r)st, d.i. hij houdt van een goed leventje.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
gebed  , gebaeie , gebeden m.v.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
gebed , gebeje , gebeden De gebeje stonne in ’t buukske. De gebeden stonden in het boekje.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
gebed , gebed , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze in ’t gebed (van de kerk) lègge. 1. bediend zijn. Eigenlijk: de gebeden der stervenden worden of zijn gelezen. 2. er slecht voor staan, een verloren partij spelen. | As ie bai ’t biljarten dik vóór staat zoit ie altoid teugen z’n maat: gaan jij maar in ’t gebed van de kerk lègge.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
gebed , gebed , het , gebeden , gebed. Zukke gebeden wordt nich verheurd (Bco), Dat is ok een gebed zunder èende er komt geen eind aan (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
gebed , gebed , gebed
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
gebed , gebed , zelfstandig naamwoord , et; gebed; op gebed de situatie dat er over iemand wordt gepraat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
gebed , gebid , gebeden
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
gebed , gebeeke , zelfstandig naamwoord, verkleinwoord , van gebèd; ‘Aoventgebeejke’, ‘Murgengebeejke’ – Titels van gedichten van H.A. Sterneberg s.j. in Een Busselke Braobaansch,  1932); ...de veugeltjes zongen d'r aovondgebeekes... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Kareltje Vinken’; feuilleton in 10 afl. in NTC 13-4-1940 – 24-8-1940); Henk van Rijen –  'gebeejke' – gebedje
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut