elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fronsel

fronsel , frunsele , b.v. in een kleed valsche plooien.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
fronsel , fronsel , (Kampereiland, Kamperveen) kreukel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
fronsel , [rimpel in stof] , frunsel , (mannelijk) , frunsele , frunselke , ongelijk gestreken stof, rimpels , Frunsele in ’t gezich(t) höbbe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
fronsel , frunsels , rimpels (in gezicht)
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut