elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: frommelen 

frommelen , frommelen , verfrommeld. Kreukelen, verkreukeld.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
frommelen , frummelen , (transitief werkwoord) , frommelen, befrummelen, iets uit den vouw helpen, valsche kreuken maken, je frummelt dat raar in malkander.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
frommelen  , froemmele , verbergen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
frommelen , froemele , frommelen wég froemele stiekem wegstoppen; frunniken, kreukelen, verfrommelen
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
frommelen , frummele , werkwoord , Frommelen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
frommelen , frommeln , froemeln, froemen, frummeln , Ook froemeln (ov, Zuidwest-Drenthe, zuid), froemen (Zuidwest-Drenthe, zuid), frummeln (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. frommelen Ie moet dat gooud niet zo in de kaast frommeln (Bal), Hij zat an het vetuul te frommeln (Ruw), Wat hej toch aal te frommeln (Eev), Hij zit an de dazze te frommeln van nervositeit (Dwi), Een stuk papier in mekaar frommelen (Zdw), Waor zit ie noe weer bij te frommeln (Eli) 2. wegmoffelen, wegstoppen (Zuidoost-Drenthe, Kop van Drenthe) De streuper frommelde de haas gauw under de jas (Bor), Hie frommelt het achteroet stopt het stiekem weg (Sle), Waor hej het laoten, waor hej het hen frommeld (Bui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
frommelen , frongeln , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, noord) = in elkaar prutsen In mekaer frongeln (Dwi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
frommelen , froemelen , frommelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
frommelen , froemeln , frommeln , 1. verfrommelen Fig.: Ergens aan zitten te frunniken. 2. kreuken. ’t Pepier was helemaol verfrommeld.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
frommelen , frómmele , proppen , De frèètwólf was'ser wir wa in ôn't frómmele mér nouw lit'tie in't gaasthûis. De gulzigaard was er weer wat in aan het proppen maar nu ligt hij in het ziekenhuis.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
frommelen , froemelen , (werkwoord) , froemelen, efroemeld , frommelen, iets wegstoppen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
frommelen , froemele , frommelen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
frommelen , froemelen , 1. prutsen (Oldebroek, Wezep); 2. friemelen; 3. iets wegstoppen (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
frommelen , froemele , werkwoord , frommelen, kreukelen (Land van Cuijk; Helmond en Peelland)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
frommelen , froemele , froemeltj, froemeldje, gefroemeldj , frommelen, kreuken , Pepeer bie-ein froemele.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
frommelen , froemele , frommelen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut