elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: flokker

flokker , flokker , vlug, bij de hand. De jônge veugel zien flokker, de jonge vogels zijn op het punt van uitvliegen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
flokker , flókker , gezond, fris, opgewekt.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
flokker , floeker , hael.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
flokker , [monter] , flokker , vlokker , monter, levenslustig, bijdehand , Ei flokker wèch(t).
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut