elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: femelaar 

femelaar  , femelaer , kwezel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
femelaar , femelaar , femelkonte , femelaars , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook femelkonte (Zuidwest-Drenthe) = iemand die te pas en te onpas vrome praatjes ten beste geeft Och heden, daor komp die aolde femelaar ok weer an, nou bi’j nog niet jaorig. IJ raakt hum haost niet weer kwiet (Coe), Wat is het een femelkonte (Smi)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
femelaar , fiemeler , fiemelder , werkwoord , 1. onhandige taster, knoeier 2. schijnheilige
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
femelaar , [zeurkous] , fiemelieër , zoetsappige zeurkous
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
femelaar , feemelèèr , zelfstandig naamwoord , "femelaar; vD. die femelt, zoetsappige zeurkous, kwezel die temend spreekt; N. Daamen - handschrift 1916 - ""femelair - schijnheilige""; Bosch femel - overdreven godsdienstig iemand; WNT FEMELAAR - iemand die zoetsappige en zeurige praatjes houdt"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut