elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: feep

feep , feep , feepke , mondstuk van een blaasinstrument, b.v. een clarinet.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
feep , [fluitje] , feep , (vrouwelijk) , fepe , feepke , 1. fluitje, gemaakt van graanspriet, mondstuk van een ballon 2. uitrolbare papieren fluit 3. snibbige vrouw
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut