elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: erop 

erop  , drop , er op.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
erop , eróp , erop , Alles zit eróp én erèn. Alles zit erop en eraan. Vaak van een gezonde baby gezegd. , Eróp peere. Erop slaan. Afranselen.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
erop , [erop ] , t’rop , er op , ’t Is t’rop of t’rónger. Waat maakdje ze t’rop?: wat hadden ze te vertellen?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut