elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ergens 

ergens , iwers , ergens
Bron: Boers, B. (1843), [Goerees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
ergens , iwers , ergens
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
ergens , iergend , ieges, iever, ievers, iewers , ergens, iewaarts, te eeniger plaatse. Het eerste woord is goed en oud.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
ergens , iewers , (bijwoord) , ergens. Het zal wel iewers gevonden worden, het was hem juist iewers om te doen.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
ergens , iewers , [weinig gebruikelijk] ergens.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
ergens , evens , (Auwen) = ergens.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ergens , arns , arms , ergens; ’k bin arns west woar ze mie nijt verstoan kōnnen; ’k mout arns wezen = ik moet een bezoek aan het privaat brengen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ergens , ievers , Ergens. Ook Ned. Bet. O. V. II p. 89.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
ergens , aarĕns´ , ergens.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
ergens , ievers , Ik hep ’et ievers neergeleid, maar ik kan ’et nievers vinden.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
ergens , ievers , Ergens. Ook Ned. Bet. O. V. II, p. 89.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
ergens  , örges , ergens.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
ergens , aigens , ains , ergens. Wůůr aigens
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
ergens , érgent , érrente, ùrrent , ergens.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
ergens , aargns , aarms , ergens
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
ergens , erges , bijwoord , Ergens. Vgl. voor soortgelijke assimilaties o.a. nerges, lakes, varkes, oves.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ergens , ievers , iewers , verouderd voor ergens, verouderd voor gelijk, evenals. Vgl. Boek. onder iewers.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
ergens , èrgant , bijwoord , ergens. Ook: èrreges.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
ergens , örges , ergens.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
ergens , ievers , bijwoord , ergens (KRS: Lang, Coth, Werk, Bunn, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Pols); ‘Hij gaot ievers naor toe.’(Coth) Ontstaan uit het Middelnederlands ie (= ieder) + waar (+s ), Vergelijk Engels anywhere (Van Dale 1992, p. 1233). Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 35). Ook in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden (Berns 1991, p. 151 en p. 158). In de Krimpenerwaard is het woord nog wel bekend, maar het word niet meer gebruikt (Van der Ent 1988, p. 59).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
ergens , aend , aens, äns , ergens.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
ergens , aens , ergens.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
ergens , argens , arrengs, aargens, erens, ergens , Ook arrengs (Zuidwest-Drenthe, zuid), aargens (Noord-Drenthe, Zuidwest Drenthe, noord), erens (wb), ergens (Ass) = 1. ergens Hij woont daor aargens op de klaai (Row), Non moet ik de haomer gebroeken, mor ik wit verduld niet waor ik hum argens laoten hebbe (Hijk), Dan moej mor argens aans zuken (Sle), We hoopten det der argens een garage was, waor ze oens wolden helpen (Koe), Het mut toch argens vandaon komen (Uff) 2. op een bepaalde manier Argens is het wel goed dat ze zundags gien auto mugt rieden (Eli), Argens mot e der weit van had hebben (Bov), Argens moej ze geliek geven (Erm), Het is altied argens goed veur (Wsv), Het mot argens oet kommen, oet de lengte of de breedte (Bei), Iedereein mut toch aargens wat aordigheid an hebben (Eex) *Het is argens of nargens (Gro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ergens , errest , erges, ernte, ergent , ergens.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
ergens , ärgens , (Gunninks woordenlijst van 1908) zie äns
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
ergens , ârgns , aens , ergens. Hie mut toch ârgns onderdak hebbm.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
ergens , èrgend , èrges, èrreges , ergens , Èrgend zó'n we dé moete kunne viine, mér ik héb al in èlk huukske gekeeke. Ergens zouden we dat moeten kunnen vinden, maar ik heb al in elk hoekje gekeken.
Ge moet mén nie zitte te verveele, anders kan ik èùw ók wél èrges meej pééste. Je moet mij niet zitten te vervelen, anders kan ik jou ook wel ergens mee pesten.
Och bléft nog 'n lutske, ge kunt mér èrreges óp de wirreld zén. Och blijf nog even, je kan maar ergens op de wereld zijn. Smoesje om het bezoek nog even te laten blijven.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
ergens , argens , aargens , bijwoord , 1. ergens, op een niet nader genoemde plaats 2. op enigerlei plek 3. in enig opzicht 4. iets, in argens an, argens naor enz. aan, naar iets e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
ergens , erreges , bijwoord , ergens Ik mô’ nog erreges weeze, ’k bin zôô trug Ik moet nog ergens op bezoek, ik ben in een ogenblik terug
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
ergens , ieverááñs , bijwoord , ergens Ze weune ieverááñs achter Rotterdam Ze wonen ergens ten noorden van Rotterdam Ook ievers, iewers, ieverstaer, ieverstaer
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
ergens , ievers , iewers , bijwoord , ergens Waer ievers weun tie? Waar woont hij ergens? Ik heb ’t ievers vlee week gehoord Ik heb het vorige week ergens gehoord Ook iewers Zie ook ieverááñs, ieverstaer; iewers [O] ergens Waer iewers weun tie? Waar woont hij ergens?
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
ergens , erges , ernte, ergent , ergens
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
ergens , ärgens , ärns , (bijwoord) , ergens.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
ergens , ieveraas , ergens , kundet wir nie viende, ’t mot hier toch ieveraas ligge = kun je het weer niet vinden, het moet hier toch ergens liggen-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
ergens , érges , ergens , Wor érges? Waar ergens?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
ergens , aarnd , aarns , ergens.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
ergens , ergend , ergeraand, errend, erres, iveraans , bijwoord , ergens (Eindhoven en Kempenland); ergeraand; ergens (Tilburg en Midden-Brabant); errend; ergens (Helmond en Peelland); erres; ergens (Den Bosch en Meierij); iveraans; ergens (West-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
ergens , örges , ergens , Örges haer: ergens naartoe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
ergens , èrreges , èrgeraans, èèreges, erregent, ieveraans , bijwoord , "èrreges; ergens; om is gaaw erregent nor toe te beene (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Henk van Rijen: ergens; èrgeraans; ergens; Et moet daor ergeraans ligge. Van Delft - ""Ergeraans"" wil ook zeggen: ergens.  (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929); En in Baozel is dè nog 'n bietje erger as ergerand aanders! (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; De nuuwe kapelaon van Baozel, afl. 1; NTC 1-10-1938); Cees Robben:  Hèdde göllie èrgeraand òn gedraaid?; WBD III.4.4:198 'ergent', 'ergant', 'ergerans', 'ieverans', 'ieverantergens'; 'ieverens' = ergens; Piet van Beers – ‘Vrèmde kòst’: Frankrijk, Portugal of Spanje/ òf daor èrgeraand. (Spoeje doemmeniemer; 2009); Stadsnieuws: Ik weet nie persies waor ie wont, èrgeraand op Körvel gelêuf ik (300806); Jan Naaijkens - Dè's Biks - 1992 – ; èrreges; ook 'èrgant'; J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - ERGERHANDS voor 'ergens'. Dit woord meen ik bij de oude schrijvers wel gevonden te hebben. Cornelis Verhoeven:  ERGAND bijwoord, ergens. Bosch ergand - ergens; WNT kent het niet, wel ERGERINGS, gevormd naast ERGENS; ieveraans; ergens; - met uiteenlopende bijvormen; ieveraans; ... ieveraans in de haai geboren... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; feuilleton ‘Bad Baozel’, 8 afl. in NTC 31-12-1938 – 18-2-1939); ...want de vadder van den aawe Vinken waar ieveraans uit et Noorden vandaon gekomen... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Kareltje Vinken’; feuilleton in 10 afl. in NTC 13-4-1940 – 24-8-1940); Cees Robben – Hij zaag unne boer... verjaogd en op zuuk/ Naor laand ieveraans... (19551119); Cees Robben – ’t Was ieveraans in ’t Meule-end... (19560609); Cees Robben – ...ieveraans verloren geleej (19850726); De Wijs – As get nergenââns veint, motte ieveraans kèkke (23-10-1963); Henk van Rijen:  'hè de ieveraans mèn kèmke zien ligge?'; Stadsnieuws:  Hèdde gij sewèèle ieveraans menen bril gezien? Nèè nieveraans.' (211203); ieverand; ...ieverand in 'nen sloot langs de weg... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun op collecte’; feuilleton in 3 afl. in de NTC 12-8-1939 –26-8-1939); ieverans; As ie ieverans op 'n station komt... (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun naor zee’; NTC 18-11-1939); Vlee jaor hekkut nog meemokt dettur ieverans inne weg gemokt wier... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Leuwerik, boven 't jonge koren/ heur ik oe bellekes ieverans rinkele (Piet Heerkens; uit De knaorrie, ‘Leeuwerik’, 1949); ieverus; Daamen, Handschrift 1916:  ""ieverus - hij mos irst nog ieverus zain (ergens)""; ievraand; Van Delft - ""Ievraand"" wil zeggen: ergens. (Nwe. Tilb. Courant; Van Vroeger Dagen afl. 111; 27 april 1929); ievrans; Kees en Bart (krantenrubriek ca. 1930):  'waor ievrans?'; Algemene bronnen; WBD III.4.4:198 'ieverans', 'ieverens', 'ieverantergens' = ergens; J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaasch Taal-eigen (1836) - IEVERHANDS voor 'te eeniger plaatse', 'ergens'. Van iever of iewer en hands, zoo veel als aan deze of gene zijde. Goem. IEVERHANDS - i:verans bijwoord   IEWERS, IEVERS - i:ves: minder gebruikt. WMT IEWERINGS, ieverings, bijw. v. plaats. In de volkstaal der zuidelijke gewesten is een gelijkbet. IEVERANS(T) nog algemeen verbreid. Ergens. A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - IEVERS - ergens (vla., brab.) = ie (eerste deel v. ielk) + waar + adv. s. A. Weijnen, Etymologisch dialectwoordenboek (1995) - ievers - ergens (vla. brab.) = ie(ik)+waar+bijwoordelijke -s; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch 1899:  IEVERANS bijwoord   -ergens, Fr. quelque-part; bij Sch. en Hfft. ook 'ieverhands' ook 'ievers' en in 't N. der Kemp. 'ergerans'. 'Ieverans niet' - nergens."
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
ergens , örges , ergens
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut