elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: erbarmelijk 

erbarmelijk  , erbermelik , erbarmelijk.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
erbarmelijk , erbarmelijk , arbarmelijk, arbaarmlijk, arbaarmelijk , Ook arbarmelijk (Zuid-Drenthe, Veenkoloniën), arbaarmelijk, arbaarmelijk (Veenkoloniën, Zuidwest-Drenthe, noord) = erbarmelijk De hond stund erbarmelijk te janken (Bco), Het was arbarmelijk kaold (Ros), De kinder loopt er erbarmelijk bij (Erm), Wat gunk dat volk toch erbaarmlijk te keer (Die), Het was een erbarmelijk gezicht treurig (Dal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
erbarmelijk , ombarmelijk , bijwoord , (Kop van Drenthe) = erbarmelijk Het is ombarmelijk kaold (Zey)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
erbarmelijk , arbarmelik , bijvoeglijk naamwoord , erbarmelijk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
erbarmelijk , erbèèrmelek , bijvoeglijk naamwoord , Henk van Rijen: gebrekkig, ellendig
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut