elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eraan 

eraan  , draan , er aan.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
eraan , deran , (bijwoord) , eraan.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
eraan , erèn , eraan , Hèij kumt erèn. Hij komt eraan. Hij is er zo., ’t Vèèrke zal erèn moete. Het varken zal dood moeten.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
eraan , [eraan] , t’raan , eraan , En doe geis t’raan!: jij gaat verliezen. En noe t’raan!: en nu aanpakken!: en nu aanpakken!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
eraan , d’r aan , eraan
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut