elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Elisabeth 

Elisabeth , Liezebet , Lijzebet , Lijzebet, Elisabeth. Van iemand die langdradig of niet schrander is wordt gezegd: Het is een - .
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
Elisabeth  , Bet , Elisabeth.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
Elisabeth , Loib , ouderwetse vrouwenaam, ontstaan uit Elisabeth.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
Elisabeth , Elisabeth , persoonsnaam , Elisabeth *Elisabeth / Die al op vret / Die niks spaort / Die gierigaord (N:Rod), zie ook Liezebit
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Elisabeth , Liezebit , meisjesnaam = Elisabeth, in *Liezebit dat kind dat schit / Het hef al driemaol prutteld / Neem een lap en wisker het ga / Harregat wat stinkt mie dat (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Elisabeth , El , Ellie, Lies, Lieske, Li, Liesebeth , (Lie\s) , Elisabeth
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut