elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eenstemmig 

eenstemmig  , einstummig , eenstemmig
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
eenstemmig , ienstemmig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , eenstemmig Dat hebt ze ienstemmig besleuten (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
eenstemmig , ienstemmig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , 1. eenstemmig 2. met eenstemmigheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
eenstemmig , [eenstemmig] , einstummig , eenstemmig
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
eenstemmig , einstummig , eenstemmig
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut