elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: edik 

edik , eek , eddik , azijn, ook wel ettike.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
edik , eek , (mannelijk zonder meervoud) , azijn, edik, wijneek, het is zoo zuur als eek, hij kijkt zoo zuur of hij den eek in pacht heeft.
Bron: Bouman, J. (1871), De Volkstaal in Noordholland, Purmerend.
edik , edek , edik, etik, eek, etîk , azijn. Gron. edîk, etîk (die zich bijzonder fatsoenlijk wil uitdrukken zegt: àzien.) Friesch. Geld. edik, Kil. edick, etick, MNederl. edec, Oostfr. ätig, ätik, Neders. etik, Holst. etig, etik, Westf. itik, Deensch eddike, Zw. ättika, IJsl. edik, Noordfr. ait, aitg, ahtg, ötj, HD. Essig, Teuthon. edick, etick, essich, AS. aced, Lat. acetum. (Weil.: edik, eek is de algemeene benaming voor: azijn. Bomhoff zegt, dat: edik over ’t algemeen weinig meer in gebruik is; v. Dale: edik = azijn.)
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
edik , ettik , (mannelijk) , azijn.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
edik , édik , éddik, eek , (mannelijk) , azijn.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
edik , edîk , etîk , (onzijdig) de algemeene benaming voor: azijn; die zich bijzonder fatsoenlijk wil uitdrukken zegt àzien; dubbelde edîk = wienàzien = wijnazijn, aldus omdat hij tweemaal zoo duur is als gewone azijn. Weil.: edik, eek, voor: azijn, welke benaming algemeen gebezigd wordt; Bomhoff: edik, azijn beteekenen niet hetzelfde; daar azijn uit eene onrijpe druif wordt verkregen is wijnazijn eene overtolligheid en bierazijn eene tegenstrijdigheid; edik wordt over ’t algemeen meer gebruikt; v. Dale: edik = azijn. Drentsch edik, edek, Overijselsch ek, Friesch, Neder-Betuwsch edik; Kil. edick, etick, Middel-Nederlandsch edec, edic, eec Oostfriesch ätig, ätik, Nedersaksisch etik, Holsteinsch etig, etik, Westfaalsch itik, Deensch eddike, Zweedsch ättika, IJslandsch edik, Noordfriesch ait, aitg, ahtg, ötj, Hoogduitsch Essig, Teuthonisch edick, etick, essich, Angel-Saksisch aced, Latijn acetum. (Bij v. Dale geene samenstellingen met edik.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
edik , eek , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Azijn. || Doen wat meer eek op de sla. Die eek is niks zuur. Hij kijkt zo zuur, of-i de eek in pacht het. ‒ Evenzo elders in Holl. Eek komt reeds in het Mnl. en bij KIL. voor en is een samentrekking van edik. Zie de wdbb.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
edik , eek , azijn.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
edik  , aek , azijn.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
edik , iättik , mannelijk , azijn
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
edik , eek , Dus noemt het gemeene volk den azijn. Zekerlijk saamgetrokken van Edik.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
edik , àttek , zelfstandig naamwoord, mannelijk , azijn. Wa kan dr non an àttek zoer wordn?, Wat is daar nou aan te bederven?
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
edik , eek , zelfstandig naamwoord de , Edik, azijn, in de zegswijze zô zuur as eek, erg zuur. – Ik mag ’m in ôlie nach eek, ik mag hem helemaal niet.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
edik , aek , Ned. azijn.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
edik , eek , zure vloeistof bestaande uit azijnzuur en water
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
edik , aek , azijn. Iets oêten aek draeje: iets good óplosse.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
edik , edik , itk, etik, eek, èek, eekt, ikt , Ook itk (Zuidoost-Drents zandgebied), etik (Zuidoost-Drents zandgebied), eek (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), èek (Zuidwest-Drenthe, zuid), eekt (Zuidwest-Drenthe, noord), ikt (Zuidoost-Drents zandgebied) = azijn Wai doun altied edik over mous en sniebonen (Row), Die appelmoes is zo zoer as edik (Bal), Wij doet altied nog wat eek op de slaot (Ruw), Dan kuj er ien het leste hielendal niks mèer mit worden, net zo min as dej vlegen könt vangen mit èek (Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
edik , eek , azijn.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
edik , eek , zie azien
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
edik , eek , edik, azijn. Zo zoer as eek.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
edik , eek , zelfstandig naamwoord , de; edik, azijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
edik , eedik , eek , azijn
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
edik , eek , eekt, edik, essik , azijn.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
edik , aek , (mannelijk) , azijn
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
edik , aek , azijn
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut