elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duizelen 

duizelen  , dazele , duuzele  , wankelend loopen, duizelen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
duizelen , duuzln , werkwoord, zwak , duizelen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
duizelen , doezeln , duzeln , Ook duzeln (Zuid-Drenthe, in bet. 1.) = 1. duizelen Het begunt mij te doezeln van al die vrömde namen (Hijk), (...) een klap, het duzelde mij veur de ogen (Dwi) 2. dommelen Hij lig de hiele aovend te doezeln in de stoel (Klv) 3. buitelen (Midden-Drenthe), zie toezeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
duizelen , doezelen , dôêzelen , (Kampen) duizelen. Ook: dôêzelen (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
duizelen , duzelen , werkwoord , duizelen: duizelig zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
duizelen , duzelen , (werkwoord) , duzelen, eduzeld , 1. duizelen, draaierig in het hoofd worden. ‘t Duzelt mi’j; 2. verward draaien. Alles duzelen umme mi’j en.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
duizelen , diezele , werkwoord , slingerend lopen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
duizelen , dazele , dazeltj, dazeldje, gedazeldj , 1. duizelen 2. onsamenhangend praten , Hae vertèldje mich zoeaväöl det ’t mich dazeldje.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duizelen , duzele , duzeltj, duzeldje, geduzeldj , duizelen , Ich höb zoeaväöl gehuuerdj en gezeen, ’t duzeltj mich.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duizelen , du~zele , duizelen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut