elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: duidelijk 

duidelijk , dü̂delek , (bijvoeglijk naamwoord) , duidelijk.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
duidelijk , dudêlk , duidelijk; schertsend maar toch afkeurend zegt men, wanneer iemand woorden of uitdrukkingen gebruikt die gewoonlijk verzacht of bemanteld worden: ’t is bōt dudêlk, zooveel als: gij drukt u te plat, te plomp uit. – Ook = welgelijkend, van een portret: da’s zoo dudelk! och wat dudêlk! = dat lijkt sprekend.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
duidelijk  , duudelik , duidelijk.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
duidelijk , dudelijk , duidelijk
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
duidelijk , duudelek , duidelijk.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
duidelijk , dudelijk , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , duidelijk.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
duidelijk , dudelik , dudeliker, dudelikst , duidelijk
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
duidelijk , du~delik , du~deliker – du~deliks , duidelijk
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut