elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: druppel 

druppel  , dröppel , druppel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
druppel , dröppel , mannelijk , dröppel, dröppels , dröppeltien , druppel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
druppel , druppel , de , druppels , Vaak gebruikt naast drup = druppel Het begunt te regen, der komt al druppels op het glas (Bal), Der hangt een druppel an de zolder, wij hebt de boel lek (Dwi), Dat is een druppel op een gloeiende plaot (Eex), Dei druppel dut de emmer overlopen (Vtm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
druppel , druppeltien , druppeltje
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
druppel , dröppel , druppel , T’is al aacht uure dur, ge meugd gin'nen dröppel mér drinke, és ge strak moet blaoze. Het is al acht uur geweest, je mag geen druppel meer drinken, als je straks moet blazen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
druppel , drùppel , drùpke , druppel, droppel , D’n uursten drùppel nie afwâchte. De eerste druppel niet afwachten. Gezegd van buitenwerkers die bij de minste regen een schuilplaats opzoeken., Gif me nog ’n drùpke. Geef me nog een druppeltje. Bedoeld is wel een vol borreltje.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
druppel , dröppel , (mannelijk) , dröppele/dröppels , dröppelke , druppel
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut